Mijn Bibliotheek  

Laden...

Nieuws

Boekenbal volgens het boekje

Afgelopen vrijdag werd de 83ste Boekenweek traditiegetrouw geopend tijdens het Boekenbal. Week het Bal vorig jaar nog uit naar Paradiso, dit jaar werd hét Feest voor het Boek “gewoon” weer gevierd in de Amsterdamse Stadsschouwburg.Het Boekenbal kent een aantal vaste ingrediënten: een voorprogramma dat niet unaniem enthousiast ontvangen wordt, gasten die een mengeling zijn van schrijvers, BN-ers en mensen uit het boekenvak, eindeloos netwerken en rondjes lopen door de gangen, hallen en balkons, dansen op een overvolle theatervloer en gedoe met muntjes om drank te kunnen kopen (dit jaar: 1,5 munt voor een glas wijn). Nou ja en vroeger dan Harry Mulisch die resideerde op een trap. Die positie is nu al enkele jaren vacant.UitnodigingsbeleidAlle ingrediënten waren ook dit jaar aanwezig. De loper was niet rood, maar blauw vanwege het klimaat. De muntjes van vorig jaar konden niet meer gebruikt worden (geel en vierkant i.p.v. blauw en rond). De versiering was wat karig - wat werd goedgemaakt door de bloembollen in de goody bag. Maar het was een Boekenbal zoals het hoort – het enige dat ontbrak was een relletje van tevoren over het uitnodigingsbeleid (zo waren vorig jaar een aantal schrijvers van Das Mag aanvankelijk niet uitgenodigd omdat hun uitgeverij niet aangesloten is bij de uitgeversbond GAU)Dat blijft natuurlijk wel een dingetje, dat uitnodigingsbeleid. Het meest mysterieuze van het hele Boekenbal: wie mogen er komen? En waarom? De kritiek luidt meestal dat het bal te elitair is en dat er vooral relaties van uitgeverijen en BN-ers rondlopen en te weinig ‘echte’ auteurs. Maar ja, heel veel meer dan 1200 mensen passen er niet in de Stadsschouwburg. En in de Grote Zaal is de absolute max volgens Wikipedia 900 plaatsen (waarvan je dan vanaf 150 plaatsen niets kan zien, dus die zijn voor de mindere goden).CijfersEn hoe oneerlijk het misschien ook voelt, het is eigenlijk toch wel logisch dat niet iedere schrijver die een boek schrijft automatisch een kaartje krijgt. Jaarlijks verschijnen er nog altijd zo’n 35.000 papieren boeken, waarvan zeker de helft bij officiële uitgeverijen. Zelfs als je alleen maar de literaire non-fictie en romans zou meetellen kom je al op meer dan 2000 boeken uit. Dat is dus al teveel voor de schouwburg: en je hebt nog geen dichter, verhalenschrijver of gevestigde auteur die even twee jaar geen boek schreef meegerekend. Selectie is dus strikt noodzakelijk.Zeker als je dan ook nog eens een aantal medewerkers van de ruim 750 Boekhandels, 150 bibliotheken en 4000 uitgevers wil uitnodigen wordt het helemaal krap. En dat wil je wel. Want schrijvers zijn heel leuk, maar niet automatisch extravert en gezellig. En je wil wel óók extraverte en gezellige mensen op je feest- anders komt de stemming er niet in. Uitgevers, boekhandelaren – en jawel óók bibliothecarissen – hebben de genetische afwijking dat ze graag praten met andere mensen over boeken en die heb je dus in grote hoeveelheden nodig, als smeermiddel tussen een grote groep collega’s die elkaar nauwelijks kennen, want laten we wel wezen: schrijven is best een eenzaam beroep.EliteDus ja, het Boekenbal is een elitair feestje – culturele elite dat dan weer wel, want rijk zijn de meesten niet - met allemaal mensen uit het boekenvak. Het is dus eigenlijk een soort van bedrijfsborrel. Maar dan een heel geslaagde, waar dankzij de wet van de schaarste iedereen graag heen wil (o was het boek zelf maar net zo gewild!). Een branchefeestje waar zelfs de pers bij aanwezig mag zijn. En anders dan bij de meeste bedrijfsborrels ook wíl zijn. Want schrijvers spreken misschien niet veel met elkaar, maar wel tot de verbeelding.Tekst: Sophie Ham